Voeg toe aan je favorieten

Echolocatie

horen met geluid

Vleermuizen gebruiken ultrasone geluiden om zich te oriënteren en hun prooien te lokaliseren. Ultrasone geluiden liggen buiten het hoorbare bereik van de mens (hoger dan 20kHz of 20.000 Hz). De geluiden die worden uitgestoten weerkaatsen op de omgeving en prooien. De echo wordt door de vleermuis vervolgens gebruikt om zich te oriënteren en te jagen. Dit wordt echolocatie genoemd.

Kort uitgelegd: De hoefijzerneuzen maken die geluiden langs hun neus en kunnen daardoor lange tijd ononderbroken signalen uitzenden. Al de andere vleermuizen roepen op regelmatige tijdstippen. Eén maal roepen wordt een puls genoemd, het tijdsinterval tussen 2 pulsen het interpuls-interval.
Tijdens het vliegen roepen vleermuizen op geregelde tijdstippen (zoekfase). Op het moment dat een vleermuis een prooi waarneemt , neemt de lengte van de puls af maar volgen de pulsen elkaar sneller op. De pulslengte en het interpuls-interval nemen dus af. Dit noemt men de verkenningsfase. Op het ogenblik dat de vleermuis vlakbij de prooi is volgen de pulsen elkaar zeer snel op en spreekt men van een vangmoment (feeding-buzz). Het is niet zeker dat dit ook tot het effectief vangen van een insect leidt, dikwijls ontsnapt de prooi nog op het allerlaatste moment.

Beelden

Uitgebreide info

Lees meer

+
Alles openklappen