Voeg toe aan je favorieten

Rabiës

Dodelijke virale infectie overgebracht via zoogdieren

Rabiës wordt verspreid door besmette zoogdieren, steeds door lichaamsvochten zoals bloed of speeksel. In ons land is rabiës bij de vos uitgeroeid, heel zelden komt rabiës voor bij enkele soorten vleermuizen, honden en andere zoogdieren.

Het virus wordt overgebracht door beten, krabben, en likken op wondjes of slijmvliezen. Het virus kan alleen overleven in vocht.

Kort uitgelegd: Rabiës of hondsdolheid is een ernstige acute ontsteking van de hersenen door het rabiësvirus. Rabiës kan bij dieren aanleiding geven tot een “furieuze” vorm, waarbij de razernij op de voorgrond staat, maar kan ook aanleiding geven tot een “paralytische” vorm, waarbij het aangetaste dier er slap, verlamd en meelijwekkend uitziet.

De incubatietijd, dit is de de tijd tussen de besmetting en het uitbreken is afhankelijk van de plaats waar men gebeten wordt. Bij een besmetting door een beet in het gezicht kan de ziekte uitbreken na enkele weken, vanuit een been heeft de ziekte meer dan een jaar nodig de hersenen te bereiken.

De ziekte begint met lichte koorts, hoofdpijn, verminderde eetlust, een pijnlijke keel en misselijkheid. Dit gaat op den duur gepaard met prikkelbaarheid, verhoogde spierspanning, overgevoeligheid voor fel licht en harde geluiden omdat de zenuwen worden aangetast. Kenmerkend zijn abnormale gevoelens in het gebeten lichaamsdeel. De ziekte eindigt met verlammingsverschijnselen en uiteindelijk coma en overlijden.

Behandeling
Vaccinatie op voorhand is mogelijk. Raadpleeg daarvoor een huisarts of het Pasteurinstituut.

Ook een spoedvaccinatie na een beet is mogelijk. Voor een spoedvaccinatie dient een huisarts of het Pasteurinstituut te worden gecontacteerd. In geval van een beet door een mogelijk besmet dier is het van het grootste belang om de wonde (hoe klein of hoe oppervlakkig ook) grondig gedurende 15 minuten met water en zeep uit te wassen (omdat het
virus zeer gevoelig is voor detergenten), goed te spoelen, en vervolgens grondig te ontsmetten (met Iodium/Isobetadine of met ethanol 60-80 %). Men dient zo snel mogelijk een huisarts of het Pasteurinstituut te raadplegen voor verdere verzorging en vaccinatie.

Eenmaal de ziekte is uitgebroken is een dodelijke afloop zeker.
In het verleden werd een jonge patiënte uitzonderlijk gered met een experimentele behandeling, maar op een herhaling van deze afloop moet niet gerekend worden.

Voorkomen
In 1939 werd voor de eerste maal de sylvane vorm van rabiës vastgesteld vastgesteld bij vossen in Polen, en in 1966 in België. Na het toepassen van orale vaccinatietechniek bij vossen vanaf 1989, was bestrijding van de ziekte in het wild succesvol. België is officieel hondsdolvrij sinds juli 2001.

Bij vleermuizen komt een ander type voor van het rabiësvirus, m.n. het European Bat Lyssa Virus. Dit virus is voor de mens minder besmettelijk en komt in onze regio waarschijnlijk hoofdzakelijk voor bij de laatvlieger en de meervleermuis. Deze laatste is bij ons erg zeldzaam, maar ook de laatvlieger is niet een soort die je dagelijks tegenkomt.
Het risico op besmetting via vleermuizen is beperkt, ook al zijn in Nederland 15-20% van de voor onderzoek aangeboden dieren positief getest (deze waren dus ziek of dood binnengebracht). Vleermuizen zijn schuwe en niet-agressieve dieren die uit zichzelf nooit gaan bijten. Een kolonie in een spouwmuur of onder het dak vormt geen enkel gevaar, temeer omdat dergelijke kolonies in 99% van de gevallen dwergvleermuizen betreffen die het virus niet doorgeven.

Eerste aantreffen van Rabiës bij vleermuizen in België in september 2016
In september 2016 werd in de gemeente Bertrix bij een vleermuis (laatvlieger, Eptesicus serotinus) rabiës aangetroffen. Dit is het eerste geval van autochotone rabiës bij vleermuizen in België.
Het dier vertoonde neurologische symptomen (het was niet in staat te vliegen) en heeft een wandelaar gebeten ter hoogte van de duim. De behandeling van de wandelaar werd onmiddellijk opgestart, bestaande uit 4 vaccins en een behandeling met humane anti-rabiës immunoglobulines.
De diagnostiek werd bevestigd door het Pasteurinstituut op basis van een immunofluorescentie test (detectie van het virale antigen) en een PCR (detectie van viraal RNA).

Preventie
Draag handschoenen bij het hanteren van dode of levende vleermuizen.
Raak geen dode dieren in de natuur aan.
Indien je een vos tegenkomt die niet schuw is en abnormaal gedrag vertoont, blijf je best uit de buurt en contacteer je het Agentschap voor Natuur en Bos.

Beelden

Uitgebreide info

Lees meer

+

Klik hier voor meer uitleg over de gebruikte termen

+
Alles openklappen