Voeg toe aan je favorieten

Dotterbloemgrasland

BWK codes: hc

Waardering: Hc is biologisch zeer waardevol. Ook zwak ontwikkelde vegetaties hc° krijgen deze waardering. Zwak ontwikkelde perceelsranden k(hc°) krijgen als waardering ‘biologisch waardevol’.

Beschrijving: Afhankelijk van de standplaats kunnen bepaalde indicatieve soorten domineren. Bij dominantie van bosbies is bij voorkeur de kartering hc gebruikt, hoewel het vaak moerassige en verruigde percelen betreft. Bosbies is immers bij uitstek een indicator van kwel en een constante hoge watertafel. Dergelijke situaties kunnen onder zowel beheerde (hc) als verruigde (hf) omstandigheden voorkomen.
Hoewel veldrus een indicatieve soort is, impliceert dit niet dat door veldrus gedomineerde graslanden als hc gekarteerd zijn. De typologie hangt af van de begeleidende soorten in het grasland. Zijn deze indicatief voor dotterbloemgrasland, dan wordt de kartering hc. Betreft het soorten van vochtig schraalgrasland of zuur laagveen dan luidt de kartering hm, respectievelijk ms. Complexen van twee eenheden zijn ook mogelijk, wat wijst op overgangen tussen -of aanwezigheid van vlekken van- deze vegetatietypen.
Op venige zand- of kleigronden in de West-Vlaamse polders hebben lokale kensoorten zoals waterkruiskruid, lidsteng, trosdravik en slanke waterbies tot een kartering als hc geleid.
In de duinen is hc vaak gekarteerd in combinatie met vochtige duinpannen mp of duingrasland hd. Veldrus, zomprus, heelblaadjes, watermunt en waternavel zijn hier vaak aspectbepalend. De best ontwikkelde vegetaties worden getypeerd door soorten als kruipend moerasscherm, moeraszoutgras en paddenrus.

Variatie: Gebrek aan beheer of minder gunstige standplaatsfactoren leiden tot verarmde dotterbloemgraslanden. Wanneer maar enkele indicatieve soorten voorkomen en/of deze gezamenlijk een lage bedekking hebben, zijn deze graslanden als hc° gekarteerd. Bij hoge aanwezigheid van soorten zoals egelboterbloem, gewone waterbies, pijptorkruid, moerasrolklaver, holpijp en watermunt zal de kartering hc° eerder als aanvullende eenheid aan een complex toegevoegd zijn. Goed ontwikkelde zilverschoongraslanden zijn –op niet systematische wijze- als complexen van hp(r)* met hc of hc° in kaart gebracht.
hc*-graslanden zijn bijzonder soortenrijk en/of herbergen zeldzame soorten (orchideeën, zegges…), soms met zeer hoge bedekkingen. De BWK geeft echter geen representatief beeld van dergelijke situaties, omdat hc* niet stelselmatig aangewend is.
In de Leemstreek zijn paddenrus, zeegroene zegge en addertong typisch voor dotterbloemgraslanden met mineraalrijke kwel. In een aantal gevallen betreft het overgangen naar kalkmoerassen (mk) en/of relicten van kalkrijke blauwgraslanden (hme) die door het ontbreken van voldoende kensoorten van die karteringseenheden als hc* gekarteerd zijn.
Een beperkte opslag van struiken en bomen wordt geduid als hcb. De notatie hcb° staat voor een zwak ontwikkeld dotterbloemgrasland met opslag van bomen en struiken.

Verspreiding

Dit graslandtype komt verspreid over alle ecoregio’s voor. Het zwaartepunt van de meest typische voorbeelden ligt in de valleien (met Schelde en Durme als uitschieters), in het Hageland en de Vlaamse Ardennen. In de Kempen en in het Demerland komt het type van voedselarmere standplaatsen regelmatig voor.
Dotterbloemgrasland heeft een opvallend lage presentie in het westen van Vlaanderen. Ze zijn daar meestal beperkt tot de reservaten.

     

Beelden

Uitgebreide info

Beschrijving

+

Juridische bescherming

+

Relaties

+

Klik hier voor meer uitleg over de gebruikte termen

+
Alles openklappen

Bron:

Floradatabank