Voeg toe aan je favorieten

Eiken-haagbeukenbos

BWK codes: qa

Waardering: Qa is biologisch zeer waardevol

Beschrijving: Eiken-haagbeukenbos komt voor op (matig) voedselrijke leem- en zandleemgronden. Deze bossen met rijke kruidlaag komen voor op valleibodems grenzend aan beekbegeleidende bostypes, maar ook op hellingen en plateaus met een hangwatertafel. De vochttoestand kan sterk wisselen gedurende het jaar en varieert van vochtig tot vrij droog.

Variatie: De soortenarme variant van het eiken-haagbeukenbos, die op wat zuurdere leembodems voorkomt is buiten het voorjaar moeilijk te onderscheiden van het zuur eikenbos (qs).
Met qa° worden naast kapvlaktes of heraanplanten in bestaand oud bos, ook soortenarmere situaties bedoeld. Een deel hiervan betreft echter volwaardige voorbeelden van een variant van het eiken-haagbeukenbos, die op wat zuurdere leembodems voorkomt.
qa* duidt op een goed ontwikkelde vorm wat voornamelijk betrekking heeft op de kruidlaag en het voorkomen van zeldzamere soorten zoals zwartblauwe en witte rapunzel, daslook, wrangwortel en/of heelkruid. In enkele gevallen kan qa* ook gebruikt zijn om structuurrijke bossen met veel dood hout aan te duiden. De uiterst zeldzame variant van het eiken-haagbeukenbos met orchideeën als mannetjesorchis is eveneens met qa* aangeduid.
Indien de boomlaag gekenmerkt en gedomineerd wordt door de inplant van populier en indien er andere boom- of struiksoorten aanwezig zijn, wordt dit qa+pop. Hieronder vallen ook die bossen met inplant van populier die gekenmerkt worden door een slecht ontwikkelde struik- en boometage op voorwaarde dat de indicatieve soorten in de kruidlaag talrijk aanwezig zijn.
Onder de eenheid lh/qa beschouwen we die bosjes waarvan de boomlaag gekenmerkt en gedomineerd wordt door populier. De struiklaag is slechts matig ontwikkeld en bestaat soms enkel uit gewone vlier en hier en daar een meidoorn. De indicatieve soorten komen in de kruidlaag verspreid voor. Deze notatie is ook gebruikt voor bossen waar de indicatieve soorten in de kruidlaag weinig divers zijn of maar een geringe bedekking hebben. Onder de eenheid lh/qa° verstaan we bossen die eveneens een eerder soortenarme boom- en struiklaag hebben en waarbij het aantal indicatieve soorten in de kruidlaag weinig soortenrijk is, of enkel vleksgewijs voorkomt.

Verspreiding

Eiken-haagbeukenbossen zonder wilde hyacint (qa) treffen we vooral aan in de Leemstreek ten oosten van Brussel, maar ook in de Zandleemstreek, waar ze vaak minder soortenrijk zijn. In de Leemstreek ten westen van Brussel betreft dit vaak bossen waar wilde hyacint ontbreekt omwille van diverse redenen. Zo kan door een langere periode van agrarisch gebruik wilde hyacint in tegenstelling tot veel andere oude bossoorten het perceel niet meer gekoloniseerd hebben. Ze komen daar dan ook grotendeels overeen met eiken-haagbeukenbos met wilde hyacint (qe). In de Kempen en andere zandige regio’s komt dit bostype eerder zeldzaam voor, en is daar meestal gebonden aan het lokaal voorkomen van wat rijkere bodems.

Beelden

Uitgebreide info

Beschrijving

+

Juridische bescherming

+

Relaties

+
Alles openklappen

Bron:

Floradatabank