Voeg toe aan je favorieten

Bloemenakker

Bloemen en graan

Een bloemenakker is een akker die je jaarlijks omspit en inzaait met akkeronkruiden en eventueel wat graan. De bloemenakker bestaat dus uit eenjarige soorten. In de tuin kan je dankzij een bloemenakker zeer snel een mooie bloemenzee krijgen. Het beheer van een bloemenakker is zeer eenvoudig maar vraagt wel elk jaar wat omspitten. Leuke plantensoorten voor in de bloemenakker zijn Grote klaproos (Papaver rhoeas), Bolderik (Agrostemma githago), Korenbloem (Centaurea cyanus), Gele ganzenbloem (Chrysanthemum segetum) Franse silene (Silene gallica) en Akkerviooltje (Viola arvensis). Elk jaar verzamel je zaad van de planten die er al staan, of koop je wat zaad bij van nieuwe soorten.


Kort uitgelegd: In natuurbeheer wordt er op dit moment heel wat aandacht besteed aan akkeronkruiden en akkervogels. Zo worden akkerreservaten ingericht met zomer- en wintertarwe, met daarbij ook een aantal akkeronkruiden zoals klaprozen en korenbloemen. Je kiest een stuk grond in de tuin die je gaat omspitten. Een stuk kale bodem is hiervoor zeer geschikt. Zeer natte grond, en plaatsen in de schaduw geven echter geen goed resultaat. Grond waarop gras staat zal wat meer werk vragen. Je moet dan eerst de graszoden afsteken en diep genoeg onderspitten. De bedoeling is dat je een stuk kale omgewerkte aarde krijgt. Je spit de grond om in november om vervolgens een bloemenmengsel van akkeronkruiden in te zaaien. In februari of maart kan je ook nog omspitten. Na het inzaaien kan je de zaden best even onderharken.

Indien je wenst kan je samen met het bloemenmengsel ook wat graan inzaaien. Het mee inzaaien van graan heeft twee voordelen. Het graan zorgt er voor dat de akkerbloemen niet plat vallen (indien je voor een sterke graansoort kiest). Als het graan rijp is kan het als voedsel dienen voor vogels en muizen. Vermits we onze bloemenakker bewerken in maart kiezen we voor zomergraan. Je kan ook kiezen voor wintergraan maar dan moet je de akker in november aanleggen.

Indien je beslist het volgende jaar op dezelfde plaats de bloemenakker aan te leggen, laat je de planten verdrogen zodat al het zaad er kan uitvallen. Je kan best een deel van het zaad oogsten en bewaren op een droge koele plek. Indien je graan hebt gezet, laat je dit in de winter staan als voedsel voor de vogels. Je moet dan wel werken met zomergraan, een afwisseling tussen zomergraan en wintergraan is natuurlijk ook mogelijk.

Wanneer al het zaad is gevallen en het graan is opgegeten, verwijder je de verdroogde planten. Je zal zien dat in de loop van de winter sommige planten al gaan kiemen. Ofwel spit je dan om in november (maar dan kan je het graan niet laten staan voor de dieren) of je spit pas om in februari of maart. Na deze bewerking komen nieuwe zaden naar boven en worden de geoogste zaden ingezaaid. Ook nu hark je deze zaden best onder. Het nadeel van omspitten in februari of maart is dat de planten later in bloei staan en niet zo groot worden, dit is zeker het geval bij korenbloemen.

Indien je vindt dat bepaalde soorten niet meer voldoende aanwezig zijn koopt je hiervan nieuw zaad. Belangrijk is dat je er op let dat er geen grassen in de akker komen. Indien er zich grassen vestigen, wied je deze weg.

Beelden

Uitgebreide info

Lees meer

+
Alles openklappen