Bodemverdichting

Bodemverdichting ontstaat wanneer je met te zware machines over een kwetsbare, eventueel ook natte bodem rijdt.
Bodemverdichting wordt beïnvloedt door de grondsoort. Leem- en kleihoudende gronden zijn gevoeliger dan zandgronden. Ook de vochtigheid van de bodem speelt hierbij een rol, hoe natter de bodem hoe groter de schade. En uiteraard heeft ook het gewicht van een machine en hoe het verdeeld wordt op de bodem een belangrijke invloed. Brede banden en rupsen verdelen het gewicht beter dan smalle banden met extra groot profiel.
Bodemverdichting brengt langdurige tot onherstelbare schade toe aan de structuur van de bodem en heeft een negatieve invloed op de verhouding water en lucht in de bodem. Dit beïnvloedt de vegetatie omdat de beschadigde bodem moeilijk tot geen water doorlaat waardoor een zure en extreme groeiomgeving ontstaat.

Wat kunnen we doen om de kans op bodemverdichting te verkleinen:

  • Hou rekening met de bodemeigenschappen en zeker de draagkracht van de bodem

  • Beperk de rijfrequentie, het keren en draaien

  • Gebruik lichte machines zeker op natte terreinen

  • Gebruik brede, dubbele banden met een laag profiel of rupsen

  • Hoge, grote wielen hebben ook een groter contactoppervlak

  • Verdeel aandrijfkrachten over de verschillende wielen

  • Zorg voor een betere gewichtsverdeling (plaatsing werktuigen en contragewicht)

  • Gebruik flexibele banden die een lage bandenspanning aankunnen

  • Werk met een aangepaste, lage bandenspanning

Omdat vele machines in de bosbouw en het natuurbeheer zijn uitgerust met banden is eigenlijk de meest eenvoudige en goedkoopste manier om de bodem te sparen het verlagen van de bandenspanning. De positieve impact hiervan is vrij groot.
Elke bandenfabrikant schrijft in een tabel voor welke de minimale bandenspanning is die een band moet hebben afhankelijk van de wiellast en de snelheid. Deze tabellen zijn verschillend per type en maat van band. Als je de bandenspanning op die minimale spanning of druk zet, zullen ze de minste bodemschade veroorzaken. Je moet dan wel de wiellast kennen, het gewicht van elk wiel apart. Op de weg moeten de banden dan wel terug harder worden gezet omdat anders de stabiliteit niet kan worden gewaarborgd

Relatie bodemdruk en het contactoppervlak met de bodem

Een persoon van 75kg en schoenmaat 40 heeft een bodemdruk van 330 gram/cm2. Een conventionele landbouwtrekker haalt al snel een bodemdruk van rond de 450 gram/cm2.
Uitgerust met dubbele wielen en wanneer de werktuigen optimaal verdeeld zijn kan een bodemdruk van ongeveer 260 gram/cm2 behaald worden. Een rupsvoertuig met maai- en opraapsysteem haalt een bodemdruk van ongeveer 110 gram/cm2.
Bij het gebruik van brede of dubbele banden met een laag profiel of rupsen kan de bodemdruk (gram/cm2) aanzienlijk verkleind worden.
Het grote contactoppervlak met de bodem zorgt voor een betere verdeling van het gewicht van de machine en geeft een lagere bodemdruk. Het nadeel is echter wel dat het grote contact met de bodem het draaien en keren bemoeilijkt en de kans op schade aan de zode vergroot.