De Europese verordening invasieve exoten

De Europese Verordening 'exoten' is van kracht sinds 1 januari 2015. De Verordening focust op de drietrapsaanpak en heeft tot doel de negatieve impact van invasieve exoten binnen Europa zoveel mogelijk te beperken.

Wat was de aanleiding?

Wanneer uitheemse dieren of planten in een nieuwe omgeving worden gebracht, zowel opzettelijk als accidenteel, kunnen ze aanzienlijke schade veroorzaken aan de inheemse biodiversiteit, lokale economie of de volksgezondheid. De problemen veroorzaakt door deze invasieve exoten nemen toe. Steeds meer invasieve uitheemse soorten komen Europa binnen via internationale handel en transport. De klimaatverandering kan de toestand bijkomend verergeren doordat verschillende soorten beter kunnen overleven in de wijzigende omgevingscondities.

Invasieve exoten houden geen rekening met landsgrenzen. Bovendien is er momenteel een sterk verschil in beleid gevoerd door de verschillende lidstaten van de Europese Unie waardoor maatregelen vaak te gefragmenteerd zijn om tot effectieve resultaten te leiden. Zo heeft het weinig zin dat het ene land een doorgedreven bestrijding van een bepaalde invasieve vogelsoort doorvoert, als de buurlanden dit niet doen. Om tot een meer uniforme en effectieve aanpak te komen, werd daarom de Europese Verordening opgesteld.

  • Voor deze soorten geldt een totaalverbod op bezit, handel, transport, teelt en vrijstelling in de natuur.

    Hierbij zijn enkele overgangsbepalingen van kracht. Gezelschapsdieren die voor het in voege treden van de Verordening in bezit waren, mogen gehouden worden tot hun natuurlijke dood, op voorwaarde dat de dieren in een gesloten omgeving gehouden worden, niet kunnen ontsnappen en zich niet kunnen voortplanten.

    Commerciële voorraden kunnen tot één jaar na opname van de soort op de Unielijst aan particulieren worden verkocht, onder de voorwaarde dat ze in een gesloten omgeving gehouden en getransporteerd worden. Particulieren die deze soorten aankopen gedurende dit ene jaar, mogen deze houden tot de natuurlijke dood ervan, maar moeten kunnen verzekeren dat deze in een gesloten omgeving worden gehouden en zich niet kunnen voortplanten. (Bv. aquaria kunnen als gesloten omgevingen worden beschouwd, maar vijvers niet.)

    Bovendien kunnen commerciële voorraden tot twee jaar na opname van de soort op de Unielijst aan erkende instellingen (o.a. onderzoekscentra en dierentuinen) worden verkocht of overgedragen.

    Voor meer gedetailleerde informatie wordt verwezen naar de Verordening, de Unielijst en de website van de Europese Commissie.


  • Lidstaten moeten een monitoringsysteem opstellen om de aanwezigheid van deze soorten zo snel mogelijk op te sporen, zowel indien deze opzettelijk als accidenteel in het land terecht komen. Hierbij wordt de hulp van het brede publiek ingeroepen om waarnemingen te melden.


  • Indien een soort van de lijst wordt waargenomen, dient deze zo snel mogelijk bestreden te worden om zo negatieve impact te vermijden. Deze bestrijding is een gedeelde verantwoordelijkheid van (lokale) overheden en terreineigenaars.


  • Voor die soorten op de lijst die al wijdverspreid zijn, dienen de lidstaten maatregelen te nemen om deze soorten zoveel mogelijk onder controle te houden. Ook dit is een gedeelde verantwoordelijkheid tussen overheden en terreineigenaars.

Welke soorten staan op de lijst?

Soorten worden op de Europese lijst opgenomen indien ze een aantoonbare negatieve impact op de inheemse Europese biodiversiteit hebben én de maatregelen zoals voorzien door de Verordening deze impact kunnen beperken. Een aantal van deze soorten komen momenteel niet in Vlaanderen voor, het is echter belangrijk ook voor deze soorten waakzaam te zijn zodat er snel kan opgetreden worden indien ze alsnog zouden opduiken.

Voor de plantensoorten op deze lijst wordt verwezen naar de pagina over invasieve uitheemse planten.

Voor de dieren op deze lijst wordt verwezen naar de pagina over invasieve uitheemse dieren.

Welke soorten worden nog opgenomen?

De Unielijst is dynamisch, in de zin dat zij op regelmatige basis kan worden aangevuld of geüpdatet.

Nieuwe soorten ter opname op de Unielijst worden door de Europese Commissie of door de lidstaten zelf aangebracht. Een soort kan pas voor opname beschouwd worden indien een wetenschappelijk correcte risicoanalyse werd uitgevoerd die aan bepaalde vereisten voldoet. Deze vereisten worden door zowel de Europese Commissie als een Wetenschappelijk forum gecontroleerd.

Via het informatieplatform van de Commissie, kan je nagaan welke soorten momenteel ter beoordeling door het Wetenschappelijk forum voorliggen en dus mogelijks aan de Unielijst zullen toegevoegd worden.

Indien voor een soort een correcte risicoanalyse werd opgesteld, wordt deze soort ter opname voorgelegd aan een Europees Comité (een werkgroep waarin alle lidstaten vertegenwoordigd zijn). Binnen deze werkgroep worden verschillende belangen afgewogen, wordt een ontwerplijst opgemaakt en wordt finaal gestemd voor of tegen opname van deze ontwerplijst van soorten op de officiële Unielijst.

Voor meer informatie over de procedures wordt verwezen naar de website van de Europese Commissie.