De perfecte vormen van een bijl

De vorm van het metaal van een bijl bepaalt in grote mate hoe goed dit werktuig functioneert. Hier lees je hoe verschillende vormen, profielen en rondingen een invloed hebben bij het weghakken van hout.

Vorm van de snede

De bolle vouw is typisch voor hakbijlen omdat ze scherpte combineert met een sterke snede.

De scherpe rand van de snede snijdt de houtvezels of schors door, waarna de bolle vouw het materiaal uit elkaar duwt. Bij een bolle vouw zit er meer metaal vlak achter de snede dan bij een rechte vouw, wat maakt dat de snede niet kan ombuigen bij het hakken.

De bolling zorgt er ook voor dat de bijl niet gemakkelijk blijft vaststeken als er meermaals moet gehakt worden. Daarom is een rechte vouw niet geschikt voor een hakbijl.

Het is belangrijk voor een hakbijl dat de bolle vouw de juiste vorm heeft. Té bol slijpen doet de bijl afketsen, te vlak slijpen heeft tot gevolg dat de bijl gemakkelijk blijft vast steken. De juiste bolling kan verkregen worden door de snede te controleren met een slijpmal.

Profiel van de snede

Het profiel van de snede van gereedschappen verschilt naargelang het gebruik. Zo moet de snede van een houtbeitel recht zijn om nauwkeurig te kunnen werken, die van een hakbijl moet afgerond zijn om gemakkelijk los te komen bij het hakken. Bij een schalmbijl is de ronding nog meer uitgesproken om gemakkelijk een stukje schors te kunnen wegslaan.

Bij gewone hakbijlen gebeurt de controle van het profiel van de snede op het zicht. Hierbij wordt er op gelet om het originele profiel van de bijlsnede te bewaren.

Een matig afgerond profiel is ideaal om boomstammen door te hakken. De ronding zorgt er voor dat het bijl gemakkelijk weer los komt na een slag terwijl er toch een min of meer gelijkmatige indringingsdiepte ontstaat. Een sterk afgerond profiel kom je tegen op bijlen die vooral dienen om bomen te onttakken. Door de snede verder uit te smeden is een lange snede ontstaan, waardoor de trefzekerheid verhoogt. Zware takaanzetten kunnen glad afgehakt worden door afwisselend met de voor- en achterkant van de snede te hakken.

Je kan met de slijpmal controleren of de snede nog het juiste profiel heeft. Als de bijl bij elke slijpbeurt langs de volledige snede geslepen wordt, zal het profiel nagenoeg niet veranderen.

Deze controle moet dus maar heel zelden gebeuren.


Terug naar het overzicht.