Het belang van forten voor vleermuizen.

Dat de fortengordels rond Antwerpen een grote historische waarde hebben staat buiten kijf. Tegenwoordig vervullen ze echter ook een andere grote functie, die vaak onderschat wordt: in de forten verblijven, diep verscholen in allerlei kieren, spleten en gaten, een heel groot aantal vleermuizen.

Ze herbergen elk jaar ruim de helft van de overwinterende vleermuizen in Vlaanderen en hebben een grote aantrekkingskracht op vleermuizen uit Nederland en Duitsland. De fortengordels van Antwerpen zijn één van de meest vooraanstaande overwinteringsplaatsen in West-Europa.

De relatie tussen vleermuizen en forten is zelfs nog heel wat complexer want ook tijdens het zomerhalfjaar worden de forten gretig gebruikt. Een deel van de overwinterende vleermuizen slaapt er overdag in de zomerperiode, en in veel forten zijn er zomerkolonies die meestal niet opgemerkt worden omdat ze zo diep verscholen zitten. En tot slot zijn het water en de natuur op en rond de forten belangrijke jacht- en verbindingsgebieden voor vleermuizen. Willen we vleermuizen daadwerkelijk bescherming geven, dan moeten we aan al deze aspecten werken.

De bescherming van de fortengordels als habitat is ronduit cruciaal voor het overleven van zeven van de zeventien soorten vleermuizen die nog in Vlaanderen voorkomen. De Europese Unie beseft dit en draagt bij aan de bescherming van deze sites door een groot aantal Antwerpse forten op te nemen in haar Natura 2000-netwerk van beschermde natuurgebieden van Europees belang. Net die bescherming roept echter vaak vragen op: Wat betekent die wetgeving? Wat kan wél en niet in de forten? Hoe komen tot een duurzaam co-gebruik? Wat met renovatie van bepaalde gedeelten of met de organisatie van recreatieve activiteiten op en rond het domein?

Constructie en klimaat van een Fort.

De Vlaamse forten kunnen in twee grote groepen verdeeld worden: de forten opgetrokken uit baksteen (forten van de 1ste generatie) en de forten opgetrokken uit beton (forten van de tweede generatie. Hoewel de forten onderling van constructie nog wel verschillen, isde basisconstructies binnen de groepen zeer gelijkaardig.

Het intern klimaat in een fort verschilt sterk van kamer tot kamer. Lokalen met open ramen en deuren zijn meer onderhevig aan temperatuur fluctuaties daar waar de temperatuur in dieper gelegen gangen en lokalen veel stabieler is.

Deze temperatuursverdeling draagt bij tot een uiteenlopende verdeling van vleermuizen en vleermuizensoorten in het fort. In de meest koude lokalen vinden we baardvleermuis, dwergvleermuis en grootoorvleermuizen. Deze dieren zitten vaak weggekropen in spleten, scheuren en ook in de oude raamkozijnen. In de meer beschutte lokalen vindt men dan watervleermuis en franjestaart. En op de warmste plaatsen wordt alleen de ingekorven vleermuis aangetroffen. Juist het grote temperatuurbereik in één gebouw maakt een fort zo interessant voor vleermuizen. Zo kunnen ze doorheen de winter in functie van de buitentemperatuur en de luchtcirculatie steeds de ideale winterverblijfplaats vinden.

Vooral in de 1ste generatie forten zijn er veel ramen en deuren en is er bijna in alle lokalen veel luchtcirculatie, hierdoor zijn er weinig plaatsen met een stabiele temperatuur. In deze forten zitten de vleermuizen dan ook in hoofdzaak weggekropen in spleten. Omdat in de tweede generatie forten slechts langs één zijde ramen aanwezig zijn wordt in de dieper gelegen lokalen een stabiel klimaat bereikt.

Op het dak van een fort en ook tegen de wand werden kleine gangen aangebracht met als doel water af te voeren. Deze zogenoemde watergangen zijn gemaakt uit bakstenen met brede, open voegen tussen, zodat het water er gemakkelijk kan doorsijpelen. Gezien deze gangetjes een kleine opening hebben en dieper in het fort liggen, is het klimaat er sterk gebufferd. Niet alleen vormen de spleten tussen de bakstenen een ideale schuilplaatsen voor de vleermuizen, ook de luchtvochtigheid is er optimaal.

De ligging van een fort.

Net zoals bij andere hibernacula is de ligging van een fort een belangrijke factor voor de aantrekkingskracht van het betreffende fort voor vleermuizen.

De forten ten Noordoosten van Antwerpen sluiten niet alleen nauw aan bij de bossen van de Antwerpse kempen maar zijn ook perfect onderling met elkaar verbonden door de groene anti-tankgracht, deze forten herbergen een groot aantal vleermuizen. Toch ook in de meer geïsoleerde forten worden vleermuizen aangetroffen.

De aanwezigheid van houtkanten, dreven en beekjes met beekbegeleidende vegetatie vergroten de bereikbaarheid van het fort en dus ook de waarde voor vleermuizen.

Het co-gebruik van een fort.

Door hun bijzondere uitstraling en geschiedenis trekken forten ook een bijzondere aantrekkingskracht uit op mensen. De menselijke activiteit in een fort kan zeer variabel zijn gaande van een permanent gebruik als kantoor, museum, … tot occasioneel gebruik voor buitensport activiteiten, rondleidingen, … .

De menselijk impact op de vleermuizenpopulatie is tweeërlei: effecten op het klimaat en de effectieve verstoring tijdens de winterslaap.

Effect op het klimaat.

Het permanente gebruik van lokalen houdt in dat lokalen proper, verwarmd en verlicht worden. Deze lokalen worden zo ongeschikt als winterverblijfplaats voor vleermuizen. In principe is het niet zo erg als een gedeelte van het fort voor menselijk gebruik gereserveerd wordt op voorwaarde dat de meest geschikte delen en een voldoende groot gedeelte van het fort als winterverblijfplaats wordt voorbehouden zodat de beschikbaarheid van ruimtes met een grote verscheidenheid aan temperaturen gewaarborgd blijft.

Indien bepaalde lokalen verwarmd worden voor menselijk gebruik dient steeds in rekening gebracht te worden dat dit niet enkel effect heeft op het verwarmde lokaal zelf maar ook op de temperatuur en vochtigheid van de omringende lokalen en zelfs op hoger gelegen lokalen waardoor ook deze lokalen niet meer geschikt zijn als overwinteringsplaats voor vleermuizen. Het geniet dan ook de voorkeur om menselijke activiteit en vleermuizenverblijfplaats is afgescheiden zones onder te brengen.

Verstoring van vleermuizen.

Ieder lokaal dat in de winter betreden wordt en waar ook vleermuizen betekent een verstoring en heeft een negatieve impact op de overleving. Het gebruik van lokalen in het fort is mede hierdoor enkel buiten de winter aangewezen. Lawaai, verlichting en vuur versterken dit effect nog.

Tevens zouden door de aanwezigheid van soorten zoals de ingekorven vleermuis, die een zeer lange winterslaap houden tot half mei, andere activiteiten in de lokalen beperkt moeten blijven tot de periode juni tem augustus.

Vanaf september keren de eerste vleermuizen immers terug. Omdat vanaf augustus reeds nachtelijk zwermgedrag van de vleermuizen plaatsvindt zouden nachtelijke activiteiten ook in die periode reeds vermeden moeten worden. Het zwermgedrag is een vorm van communicatie tussen de vleermuizen. De volwassen dieren geven op deze manier door aan de jonge dieren waar de interessante winterverblijfplaatsen zich bevinden. De zwermplaatsen spelen wellicht ook de rol van ontmoetingsplaats tussen mannetjes en vrouwtjes en zijn dus van belang bij de voortplanting van sommige soorten.

Inrichtingsmaatregelen.

1. Deuren en ramen

In forten is het niet aangewezen om alle deuren en ramen af te sluiten zoals in de kleinere overwinteringsobjecten wel het geval is. Indien te veel ramen en deuren worden afgesloten zou de luchtcirculatie in het fort te sterk terugvallen waardoor er in heel het fort een te uniforme temperatuur zal heersen dit terwijl het net de temperatuursverdeling binnenin het fort datgene is, die een fort geschikt maakt voor de verschillende soorten vleermuizen.

In de forten en andere grote winterverblijfplaatsen moet steeds gezocht worden naar een goed evenwicht en een goede verscheidenheid aan temperaturen. In lokalen met veel tocht, zoals in de bakstenen forten, kan men besluiten om toch te werken met volle deuren en ramen, terwijl men in andere lokalen wel luchtcirculatie toelaat.

Om de rust te waarborgen is het wel gewenst om alle lokalen af te sluiten voor verstoring, en daarvoor kan men gebruik maken van een tralie- of hekwerk met horizontaal geplaatste spijlen om de toegang voor vleermuizen maximaal te waarborgen.

2. Schietgaten en andere openingen.

Voor de afsluiting van schietgaten en andere openingen geldt hetzelfde als voor de afsluiting van deuren en ramen: in forten is het niet aangewezen om alle openingen volledig af te sluiten.

Het afsluiten moet ook hier bekeken worden in functie van de temperatuur en de luchtstroming. Zowel te veel als te weinig luchtcirculatie kunnen de overwinteringscondities voor vleermuizen op een negatieve wijze compromitteren.

Openingen die breder en/of hoger zijn dan 20 cm moeten afgesloten worden met een hek- of traliewerk om menselijke verstoring te vermijden. Ook hier worden de stijlen van het traliewerk horizontaal geplaatst en niet verticaal.

3. Vliegopeningen

In de forten is het niet noodzakelijk om specifieke invliegopeningen te voorzien. Indien men toch een vliegopening wil voorzien dan gelden dezelfde afmetingen als bij ijskelders en bunkers: een invliegopening voor vleermuizen is minimum 40 cm breed en 7 cm hoog en wordt best aan de bovenzijde van de afsluiting geplaatst, maak een invliegopening niet hoger dan 15 cm zodat ook kinderen niet kunnen binnenkruipen.

Bij plaatsing van deuren of raamafsluitingen is het wel aanbevolen voldoende vliegopeningen te voorzien zodat vleermuizen zich vrij over heel het fort kunnen bewegen en zodat de luchtcirculatie kan gewaarborgd worden.

4. Wegkruip mogelijkheden

Hoewel in forten relatief veel wegkruip mogelijkheden bestaan, bevinden deze zich niet altijd in de lokalen met de geschikte temperatuur voor de vleermuizen. In de koudere lokalen worden relatief grote aantallen vleermuizen aangetroffen, maar zij zitten meestal weggekropen in kieren, spleten, achter loshangende tegens, loshangend pleisterwerk, … . In lokalen zonder schuilplaatsen is het aantal vleermuizen steeds beduidend lager.

Het is best na te gaan welke lokalen in het fort het meest aangewezen zijn om extra hangplaatsen en/of wegkruip mogelijkheden aan te brengen.

In onderstaande lijst enkele suggesties om wegkruip mogelijkheden en extra hangplaatsen te creëren.

  • Snelbouw bakstenen, bakstenen met ronde gaten, ... tegen enkele binnenmuren aanbrengen.

  • Gebruik maken van holle snelbouwstenen om eventueel muurtjes op te trekken om bepaalde zones af te sluiten en in deze snelbouwstenen gaten aanbrengen zodat vleermuizen in deze muurtjes kunnen wegkruipen.

  • Een rij gewone bakstenen aanbrengen tegen een binnenmuur met tussen de verschillende bakstenen een opening van ongeveer 1 cm.

  • Specifiek voor ingekorvenvleermuis kunnen speciefieke kastjes (Swaenenkastjes) aangebracht worden tegen het plafond.

  • Ophangen van zogenaamde CD-kastjes waarbij een lang box gemaakt wordt met enkele planken. In de box wordt per cm een tussenschot geplaatst.

  • Dotten cement tegen wanden en plafond aanbrengen om extra hangplaatsen te voorzien.

Naast het aanbrengen van extra wegkruip mogelijkheden is het ook belangrijk bestaande wegkruip mogelijkheden te waarborgen bij eventuele werken in het fort:

  • losse tegeltjes

  • pleisterwerk dat opbolt

  • oude en deur kozijnen

  • spleten en scheuren in muren

Enkele inrichtingswerken in beeld:

Hoe een Swaenenkastje voor Ingekorvenvleermuizen maken.

5. Watergangen

De watergangen zijn voor vleermuizen bijzonder interessant. Ze beantwoorden op klimatologisch vlak perfect aan de vereisten waaraan een ideaal winterverblijf dient te voldoen. Gezien watergangen klein en vaak zeer nat zijn worden ze minder vaak verstoord door mensen. Enkele mogelijke maatregelen zijn:

  • Het openmaken van de watergang toegang. De toegangen zijn soms afgesloten met een deksteen of toegemetst. Soms is er ook een hekwerk aanwezig, maar dat mag behouden blijven.

  • Ingangen afsluiten tegen verstoring. Indien het fort regelmatig door (ongewenste) bezoekers wordt verstoord, kan men de ingangen van de watergangen met een hek afsluiten om verstoring tegen te gaan.

  • Zand ruimen. Door het doorsijpelende water wordt ook zand mee in de watergangen gebracht. Wanneer ze lange tijd niet zijn onderhouden, zitten de watergangen vol zand. Dit moet verwijderd worden.

6. Luchtvochtigheid

Ook in de forten is luchtvochtigheid een sleutelfactor voor het voorkomen van vleermuizen. Een hoge en constante luchtvochtigheid is recht evenredig met het aantal overwinterende vleermuizen op de betreffende locatie. Zo worden er in droge forten relatief weinig vleermuizen aangetroffen.

De vochtige omstandigheden ontstaan door insijpelend water of door verstopte waterafvoer waardoor bepaalde delen van het fort onder water komen te staan. In beide gevallen heeft dit voor het gebouw zijn consequenties.

Indien om bouwkundige redenen gedacht wordt hieraan iets te doen dan moet in het belang van de vleermuizen, steeds gezocht worden naar een aanvaardbaar evenwicht. Het droogtrekken van fortgebouwen is nefast voor vleermuizen en moet dan ook met de nodige omzichtigheid gebeuren.

In forten die ook voor menselijke activiteiten worden gebruikt, is dit conflict het meest uitgesproken. Hier komt nog bij dat in deze forten in bepaalde lokalen verwarming wordt gebruikt. Door het opwarmen van deze lokalen, neemt de luchtvochtigheid af. Dit is ook in hoger gelegen en omliggende lokalen merkbaar. Permanent gebruik van bepaalde lokalen, doet de potenties voor vleermuizen in dat gedeelte van het fort sterk dalen.

7. Isolatie

De meeste forten hebben dikke muren en zijn bedekt met een laag aarde. In combinatie met de uitgestrektheid van het fort zorgt dit voor een stabiel binnenklimaat. Enkel wanneer de aarde is geërodeerd is het nodig om maatregelen te nemen en de aarde terug aan te vullen.

Normaal gezien was de aarde op de forten enkel begroeid met gras. In de loop der tijd zijn er ook bomen en struiken beginnen te groeien. Het is niet duidelijk in hoeverre die echt een gevaar vormen voor de constructie.

Voor vleermuizen zijn die bomen niet echt noodzakelijk en bomen die voor problemen vormen kunnen verwijderd worden. De aanwezigheid van bomen verhoogt wel de waarde van het fort als jachtgebied, wat in voor- en najaar een pluspunt voor de vleermuizen betekent omdat ze dan minder ver moeten vliegen om voedsel te vinden. Het volledig verwijderen van de aanplantingen is daarom niet aangewezen.

8. Bezoek

Het is van primordiaal belang om de voor vleermuizen belangrijke gedeeltes van een fort op een degelijke manier af te sluiten. Omdat de verstoorders dikwijls zeer hardnekkig zijn in hun pogingen om toch in de lokalen binnen te geraken, is het noodzakelijk om met zeer stevige en vandalisme bestendige materialen te werken.

Bezoek of gebruik van de lokalen is perfect verzoenbaar met vleermuizen, wanneer deze buiten de winterperiode plaatsvinden. Tevens is het niet aan te raden om vanaf augustus nog nachtelijk bezoek toe te staan, omwille van de negatieve invloed op het zwermgedrag. Indien in het fort geen ingekorven vleermuizen voorkomen dan kan het bezoek in het voorjaar zelfs nog vervroegd worden tot begin mei. Onderstaande tabel toont een overzicht van de periodes waarin bezoeken en gebruik van lokalen in het fort wel kunnen zonder dat deze een grote invloed uitoefenen op de vleermuizen.

9. Verlichting

Verlichting is een bijzondere vorm van verstoring die vooral bij de forten aan de orde is. Sommige lokalen zijn uitgerust met elektrische verlichting, en ook op de fortterreinen is dikwijls verlichting aanwezig.

In de lokalen is het absoluut te mijden om 's winters de lokalen te verlichten. De vleermuizen worden door de verlichting verstoord en ontwaken uit hun winterslaap. Dit leidt tot een versnelde uitputting van de belangrijke vetvoorraad en heeft een negatieve invloed op de overleving. Ook in de nazomer moet verlichting van de lokalen 's nachts vermeden worden omdat dit een negatieve invloed heeft op het zwermgedrag.

Buitenverlichting die de ingang van de winterverblijfplaats verlicht, moet vermeden worden. Dit geldt vooral in het voorjaar en najaar, wanneer de vleermuizen de verblijfplaats opzoeken of verlaten. De verlichting kan een negatief effect hebben op het zwermgedrag. Vermits dit gedrag ervoor zorgt dat de vleermuizen de winterverblijfplaats leren kennen, zal dit op termijn een negatieve impact hebben op de vleermuizen.