Constructie en intern klimaat

De reden dat vleermuizen graag gebruik maken van ijskelders is natuurlijk te verklaren door het uitermate geschikt intern klimaat. Voor het bewaren van het ijs was het nodig dat de uitwisseling van warme buitenlucht (in de zomer) en de koude binnentemperatuur zo minimaal mogelijk was, op deze manier verkreeg men een stabiele temperatuur in de ijskelder. Daarom hebben de ijskelders veelal een vrij specifieke constructie die als voornaamste doel had de luchtstroming te minimaliseren.
In ideale ijskelders komt de koude lucht immers binnen door het vlieggat. De lucht zakt dan naar het diepste punt van de kelder, waar hij wordt opgewarmd. Deze warme lucht stijgt langs de wanden tot aan het plafond. Tijdens het stijgen neemt deze relatief droge lucht water op, dat door de poreuze bakstenen van de kelder doordringt. Aan de keldergang koelt de lucht terug af, zodat het opgenomen water condenseert. Hierdoor heerst er een hoog percentage relatieve luchtvochtigheid in de ijskelders.

Luchtstromen

De constructie bestaat uit een gang die met 1 of meerdere deuren werd afgesloten, een put en een koepelgewelf. Door de ijskelder af te sluiten verkrijgt men een zeer typisch patroon in de luchtstroming. In de winter is de buitenlucht kouder dan de binnenlucht. De lucht die door de openingen aan de deur naar binnen komt, botst op de warme lucht en zakt naar de bodem van de gang. In de ijskelder zelf zakt de koude lucht in de put waar vroeger het ijs werd bewaard. Door de vermenging met de aanwezige lucht en ook door opwarming van uit de grond, warmt de lucht langzaam op en stijgt omhoog. Door deze trage luchtcirculatie ontstaat in de ijskelder een gradiënt aan temperaturen: kouder in de gang en in de put van de ijskelder, warmer in de koepel. Hoe groter de opening langs waar de lucht binnen komt ), hoe sneller de uitwisseling van buitenlucht en hoe lager het bufferend karakter. Als de deuren slechts een kleine spleet hebben, is de luchtstroming beperkt en verloopt de uitwisseling veel trager. Het mengen van koude buitenlucht en warme binnenlucht verloopt veel trager en de lucht krijgt de kans om op te warmen vanuit de bodem. Daardoor krijgt men een stabiel intern klimaat.

Het juiste evenwicht

Om een ijskelder voor vleermuizen ideaal te maken, moet de luchtstroming in het object vertraagd worden, maar zonder de luchtcirculatie volledig af te sluiten. Als de opening te klein is, of wanneer er een lange gang is, en de luchtcirculatie nagenoeg volledig wegvalt, dan ontstaat in de ijskelderkoepel een "warme-luchtval". De warme lucht blijft gevangen in de ijskelder en kan oplopen tot 10-12°C. Op het eerste zicht lijkt dit positief, maar als de temperatuur te hoog oploopt in de winterverblijfplaats, dan is ze niet meer geschikt voor de meeste soorten vleermuizen. Het is dus een kwestie van het juiste evenwicht te bewaren.

Isolatie

Een belangrijke bijkomende voorwaarde voor een stabiele interne temperatuur is dat de aardlaag boven op de koepel voldoende dik is. Als dat niet het geval is treedt er warmte-uitwisseling uit via de wand van de ijskelder (opwarming bij zonneschijn, en afkoeling bij koude temperaturen). Hierdoor verdwijnt het gebufferde, stabiele klimaat dat vleermuizen verkiezen. Een aardlaag van 40 cm volstaat om warmte uitwisseling langs die weg tegen te gaan.

Luchtvochtigheid

IJskelders werden meestal aangelegd in de buurt van een vijver of beekje. Daardoor heerst in de ijskelders dikwijls vanzelf een zeer hoge luchtvochtigheid. In de droge ijskelders worden zelden vleermuizen aangetroffen of enkel zeer lage aantallen.

Inrichtingsmaatregelen - deuren

Zoals hoger al aangehaald is het enorm belangrijk de luchtcirculatie tot een minimum te beperken. Dit kan men bekomen door het plaatsen van deuren. Minimaal zouden er steeds 2 deuren geplaatst moeten worden, tenzij er een zeer lange, gebogen gang aanwezig is (meer dan 5 m lang). Door het plaatsen van 2 deuren ontstaat een saswerking en wordt de koude buitenlucht eerst opgewarmd vooraleer hij het binnenste van de ijskelder bereikt. Om het historische karakter van de ijskelder niet teveel te beschadigen, worden de deuren best aangebracht op de positie van de originele deuren.

Afsluiten van de ijskelder met een volledig gesloten deur, zou de luchtcirculatie volledig afsluiten, maar zorgt er ook voor dat vleermuizen niet meer in de ijskelder kunnen. Daarom moet er een invliegopening voorzien worden. Wat de afmeting van de vliegopening betreft, deze dient best zo klein mogelijk gehouden te worden: 10 op 25 à 30 cm. De ervaring leert ons dat deze afmetingen zelfs nog kleiner kunnen, bvb. 5 op 10 à 15 cm. Weliswaar dienen de vleermuizen dan over een aanvliegplankje te beschikken, waar zij tegenaan zullen vliegen en aldus via de opening naar binnen zullen kruipen. Bedenk dat hoe kleiner de opening wordt, hoe kleiner de kans op vandalisme wordt. Deze opening bevindt zich bij de buitendeur en de binnendeur niet op dezelfde hoogte zodat inkomende wind kan vermeden worden (geschrankte invliegopeningen beperken vooral ook inkomende lichtinval en lawaai).

Een bijkomend pluspunt van het plaatsen van deuren is dat vleermuizen tijdens de winterslaap niet verstoord worden. Dit kan ook met het plaatsen van een hek, maar dat heeft niet dezelfde positieve invloed op het interne klimaat van de ijskelder. Een hek kan wel gebruikt worden om de deur te beschermen tegen vandalisme.

Inrichtingsmaatregelen - grondbedekking

De dikte van de laag aarde bovenop de koepel bepaalt zeer sterk het isolerende vermogen. De dikte moet minstens 40 cm bedragen. Wanneer de aarde (bijna) volledig verdwenen is, dan kan geopteerd worden om eerst een wortelwerend doek (dit mag niet waterafstotend zijn) op de baksteenconstructie aan te brengen om te voorkomen dat het bouwwerk beschadigd wordt door de wortels van de vegetatie.
Om erosie te vermijden, is het belangrijk de ijskelder te beplanten. Hoewel het interessant is dat er bomen rondom de ijskelder staan, is het niet opportuun ze boven op de ijskelder aan te planten. Ideaal is de aanplant van klimop of een andere bodembedekker. Laag groeiende en ondiep wortelende doornige struiken (braam, meidoorn, hulst…) kunnen eventueel ook nog. Deze doornige struiken verhinderen ook de betreding van de koepel.

Inrichtingsmaatregelen - luchtvochtigheid

De luchtvochtigheid in een ijskelder is een bepalende factor voor vleermuizen. In te droge ijskelders worden zelden of nooit vleermuizen aangetroffen. Dit is echter een factor die door inrichtingsmaatregelen moeilijk gemanipuleerd kan worden. Men kan proberen om via de deur regenwater naar binnen te leiden. In Duitsland zijn er positieve ervaringen met het aanbrengen van een laag aarde of turf op de bodem van het winterverblijf en er vervolgens een grote hoeveelheid water in te pompen.

Inrichtingsmaatregelen - schuilmogelijkheden

Zeker in kleine winterverblijfplaatsen zoals ijskelders, houden vleermuizen ervan om te kunnen wegkruipen in spleten en barsten. IJskelders in perfecte staat, hebben vaak geen schuilplaatsen voor vleermuizen. Daarom kan het nuttig zijn hier speciale schuilplaatsen te voorzien in de vorm van holle bakstenen. Hierbij moet er wel voor gewaakt worden het historische karakter van de ijskelder niet teveel te beschadigen.

Inrichtingsmaatregelen - verstoring

Het plaatsen van de deuren zorgt er meteen voor dat verstoring van de vleermuizen tijdens de winterslaap wordt vermeden. Om te vermijden dat de heuvel van de ijskelder teveel verstoord wordt door spelende kinderen of fietsers, kan men rond de ijskelder een zone beplanten met moeilijk doordringbaar plantsoen zoals doorndragende planten (meidoorn, hulst,..). Op die wijze hou je niet alleen mensen weg op de koepel zelf, maar ook uit de directe omgeving van de ijskelder. Het is wel belangrijk dat de toegang tot de ijskelder voor vleermuizen voldoende wordt opengehouden.

Bevindt de ijskelder zich op een openbare plaats, dan is het aangewezen om een infobord te plaatsen dat enige uitleg geeft over de reden waarom de ijskelder is afgesloten. Hierbij is het belangrijk om aan te geven dat bezoek van de ijskelder buiten de winterperiode mogelijk is (met vermelding van een contactpersoon).