Jachtgebieden van vleermuizen

Vleermuizen zijn door een lage reproductiesnelheid, relatief lange zoogtijd en een lang leven zeer kwetsbaar voor habitatconversie en habitatwijzigingen. De meeste vleermuissoorten zijn in onze regio’s volledig afhankelijk van hun jachtgebieden. De foerageervluchten van vleermuizen beginnen rond zonsondergang en eindigen vaak pas bij het aanbreken van de dag. Zij jagen echter niet ononderbroken. De werkelijke duur van de jachtvlucht hangt o.a. af van factoren zoals het voedselaanbod en de weersomstandigheden.
De jachtplaats kan van enkele honderden meters tot vele kilometers van de verblijfplaats gelegen zijn. Voor het jachtgebied te bereiken worden dan vaak vaste vliegroutes gebruikt, dikwijls in de beschutting van bomenrijen en heggen. Deze lineaire landschapselementen geven niet alleen bescherming tegen predatie en wind bij het bereiken van het jachtgebied, maar zij vormen tevens voor sommige soorten jacht- en oriëntatiemogelijkheden.

Welke zijn de optimale jachtgebieden voor vleermuizen?

Vleermuizen zijn door een lage reproductiesnelheid, relatief lange zoogtijd en een lang leven zeer kwetsbaar voor habitatconversie en habitatwijzigingen. Het is daarom zeer belangrijk om de belangrijkste jachtgebieden van vleermuizen te beschermen. Een aantal soorten zoals de gewone dwergvleermuis, watervleermuis, rosse vleermuis en laatvlieger verkiezen waterrijke gebieden (riviertjes, kanalen, vijvers en meren), terwijl dat andere soorten (franjestaart, vale vleermuis, ingekorven vleermuis, baardvleermuis, Brandt's vleermuis en Bechstein's vleermuis) de voorkeur geven om bijna exclusief in bosrijke gebieden te jagen. Daarbij jagen sommig soorten (zoals de ingekorven vleermuis) ter hoogte van de boomkruinen, terwijl andere soorten (zoals de Bechstein's vleermuis) exclusief boven de bodem jagen.