Inleiding

Niettegenstaande mergelgroeven slechts in een zeer beperkt aantal Vlaamse gemeenten voorkomen, mag het belang ervan voor de Vlaamse overwinterende vleermuizenpopulatie niet overschat worden. Bijna 40 % van de getelde overwinterende vleermuizen in Vlaanderen worden aangetroffen in mergelgroeven.
De mergelgroeven (in totaal zijn er een paar honderden op Vlaams, Waals en Nederlands grondgebied) ontstonden door kalksteenwinning vanaf de 16de tot de 18de eeuw en dit tot in het begin van de vorige eeuw, waarbij de mergel onder meer gebruikt werd voor het optrekken van bouwwerken.
Na de ontginning van de groeven werden ze voornamelijk gebruikt voor de kweek van paddenstoelen, wat vooral rond de tweede wereldoorlog zijn hoogtepunt bereikte en nu een marginale activiteit geworden is.

Constructie en intern klimaat

De mergelgroeven bezitten een ideaal klimaat voor overwinterende vleermuizen en dit zowel op het vlak van temperatuur als luchtvochtigheid.
Het is echter wel zo dat gelet op de uitgestrektheid en de fysische kenmerken van de mergelgroeven vaak slechts bepaalde delen geschikt zijn voor overwinterende vleermuizen, met name die delen waarin de temperatuur en de luchtvochtigheid (door de poreuze kalk heeft men een permanente doorsijpeling van grondwater) geschikt zijn. De delen van de groeven te dicht bij de ingang komen dus niet in aanmerking (te grote schommelingen in temperatuur en luchtvochtigheid), evenmin als de delen van de grot die te diep liggen (te lage luchtvochtigheid en te warm). We stellen vast dat de meeste vleermuizen op een afstand van maximaal 100 meter van ingangen (we gebruiken hier het meervoud omdat de meeste groeven meerdere kleine en grote ingangen hebben) voorkomen.

Inrichtingsmaatregelen

Het afsluiten van ingangen van groeven dient stevig te gebeuren. Gelet op de uitgestrektheid van de ondergrondse groeven dient de gebruikte deur geen gesloten deur te zijn. Het beste is wel dat ze in een stevig gegalvaniseerd ijzeren kader zit, dat op zijn beurt in een betonnen kader wordt aangebracht.
Hoe omvangrijk en stevig de afsluitende constructie ook is, het probleem blijft dat mergel zeer poreus is.
Bij de nieuwste afsluitende constructies is men zeer veel belang gaan hechten een het kader dat rond de poort- of deuropening wordt aangebracht. Hierbij dient men maximale aanwezigheid van beton en ijzer na te streven achter de mergel die door vandalen zou kunnen weggegraven worden.
Belangrijke aandacht dient te gaan naar het behouden van de noodzakelijke openingen opdat vleermuizen in het najaar voldoende kunnen zwermen.

inrichtingswerken (vervolg)

Het slot van het hekwerk dient stevig te zijn, maar ook hier leerde ervaring dat te stevige afsluiting opnieuw een uitdaging vormt voor vandalen (tot gebruik van slijpschijven en lasmachines toe).
Te eenvoudige afsluitingen kunnen best ook vermeden worden, want zij kunnen met eenvoudig materiaal worden opengemaakt

Problemen

De toegang tot de groeven is voornamelijk een probleem op het vlak van de veiligheid. Niet alleen kan men verloren lopen in de groeven (wat ook jaarlijks meerdere personen overkomt), eveneens bestaat er een reëel instortingsgevaar. Het betreden van de groeven dient dus onder begeleiding te gebeuren.
Voor het overige is de problematiek van de mergelgroeven vergelijkbaar met die van de forten.
Een aantal groeven worden voornamelijk tijdens de zomerperiode gebruikt als feestzaal, wandelingen worden georganiseerd en ook herbergen een aantal groeven nog paddestoelenkwekerijen. Deze activiteiten interfereren niet met het overwinteren van vleermuizen, op voorwaarde dat ze geen verstoring (lawaai, geurhinder en licht) met zich meebrengen in de winterperiode en niet ingrijpen op de eisen die vleermuizen stellen aan temperatuur en luchtvochtigheid.
Afsteken van vuurwerk, vuur stoken, met gemotoriseerde voertuigen in de groeven rondrijden… zijn allemaal voorbeelden van activiteiten die heden ten dagen nog steeds plaats grijpen en die duidelijk wel een negatieve impact hebben op overwinterende vleermuizen.

Bovengrondse maatregelen

Bovenop de problematieken gekoppeld aan de betreding, stelt zich ook op de plateaus in de buurt van de ingangen het probleem van instortingsgevaar. Dit probleem stelt zich voornamelijk accuut wanneer op de grond boven de groeve landbouwexploitatie plaats grijpt. Instortingsgevaar is hierbij echt niet denkbeeldig. Om hier op in te grijpen lijkt voornamelijk onteigening een aangewezen maatregel. Zo wordt deze maatregel voorbereidt om een strook van 100 meter te onteigenen ter hoogte van de mergelgroeve van Lacroix te Riemst.