Inventariseren van kerkzolders op de aanwezigheid van vleermuizen

Op de zolder zelf: Om vast te stellen of een kerkzolder geschikt is voor vleermuizen, dient men eerst na te gaan of er al vleermuizen aanwezig zijn. Dit kan aan de hand van zichtwaarnemingen, de aanwezigheid van uitwerpselen of dode exemplaren of soms aan de hand van bruine plekken tegen het hout.
Langs de buiten: Door tegen valavond met een batdetector rond een kerk te lopen kan men diverse uitvliegopeningen vaststellen.

Visuele waarnemingen

Meestal zijn vleermuizen zeer moeilijk waar te nemen op een zolder en verbergen ze zich goed. Wanneer we vleermuizen op een zolder zien rondvliegen, dan kunnen we met zeker-heid ervan uitgaan dat er vleermuizen aanwezig zijn. Een batdetector kan ons hier helpen om de dieren hoorbaar te maken en het geluid op te nemen om zo de soort te bepalen. Ook het waarnemen van solitaire of groepen vleermuizen die tegen het hout hangen of in de nok zitten, is een directe aanwijziging.

Uitwerpselen

Wanneer een kolonie meerdere jaren na elkaar op dezelfde zolder voorkomt, kan men hoop-jes uitwerpselen aantreffen. Deze geven een indicatie dat er vleermuizen zitten of hebben gezeten. In tegenstelling tot de visuele waarnemingen geeft dit ons minder zekerheid dat er zich op dat moment vleermuizen op de zolder begeven, aangezien deze uitwerpselen niet snel verdwijnen. De uitwerpselen kunnen gemakkelijk een aantal jaar zichtbaar blijven. Het is ech-ter wel mogelijk na te gaan of er stof op de uitwerpselen ligt en of ze nog redelijk vochtig zijn.
De uitwerpselen van vleermuizen onderscheiden zich van deze van ratten en muizen doordat ze gemakkelijk verpulverd kunnen worden. Er zitten geen vezels in de uitwerpselen van vleermuizen, waardoor ze tot stof gedrukt kunnen worden. Dit stof bevat chitine van insecten, wat niet verteerd kan worden. Omwille van deze samenstelling zullen vleermuizenuitwerpse-len zo goed als geen geuroverlast veroorzaken, hoogstens wat stof.
Om met zekerheid aan de hand van uitwerpselen vast te stellen of er regelmatig vleermuizen de zolder bezoeken, zou met een deel van de zolder moeten schoonmaken en de bodem bedekken met een plastiek van een aantal vierkante meter. Een regelmatige controle van deze plastiek (bv. één keer per week) laat toe om recente uitwerpselen en dus recent bezoek vast te stellen.
Grootoorvleermuizen hebben de gewoonte om hun prooien, waaronder vlinders, mee te ne-men naar hun verblijfplaats en ze daar te verorberen. Afgebeten vleugels (in combinatie met verse uitwerpselen) zijn dan ook vaak een goede indicator voor Grootoorvleermuizen.

Vlekken

Uitzonderlijk kunnen op zolders waar vaak vleermuizen op dezelfde plaats vertoeven vlekken op het hout gezien worden.

Een (kerk) zolder inrichten voor vleermuizen

Het inrichten van een zolder dient altijd in overeenstemming met de eigenaar te gebeuren (zoals de kerkfabriek voor een kerkzolder). Bij het inrichten dient men rekening te houden met 3 aspecten: het weren van mogelijke predatoren (zoals kerkuil, steenmarter en ratten), tot een minimum beperken van verstoring en wind- of lichtinval, het creëren of behouden van vrije in- en uitvliegopeningen.
In sommige gevallen kan het aangewezen zijn om bv onder de kolonieplaats (zoals bij ingekorven vleermuizen) een plastiek folie te nemen waarbij men jaarlijks tijdens de winterperiode de uitwerpselen gaat verwijderen.